Schiebroek, een buurtschap

Nog voordat sprake was van stadsrechten van Rotterdam was al sprake van Schiebroek. Het viel onder de Ambachtsheerlijkheid van Overschie en Schiebroek. Van Schiebroek is helaas echter weinig archiefmateriaal terug te vinden uit oude tijden, door verhuizingen en branden schijnt het grotendeels verloren gegaan te zijn.

In de middeleeuwen vormde de Kleiweg al een verbinding over land tussen de Rotte en de Schie. Eind 15e eeuw is in geschriften al sprake van inwoners van "Sciebrouck". Het gebied Schiebroek werd in 1590 een ambacht (rechtsgebied) dat tot het Baljuwschap Schieland behoorde. Het was veengebied dat door inklinking in de loop van de eeuwen steeds lager kwam te liggen en daardoor steeds natter werd. In de 17e en 18e eeuw werd door hetwegbaggeren van het veen op grote schaal turf gewonnen. Dit had als gevolg dat het steeds meer een plassengebied werd.

In 1772 verleent het Hoogheemraadschap Delfland octrooi voor de drooglegging van de veenplassen. Dan wordt daarmee ook een begin gemaakt met molens. Kades, vaarten en sloten werden aangelegd. Het betreft het gebied tussen waar nu de Kleiweg en de Erasmussingel liggen. Rond 1800 is hier een gemeenschap ontstaan van ongeveer 200 mensen. Een dorp was het nog niet: er was geen kerk en er waren geen openbare gebouwen.











Schiebroek, een zelfstandige gemeente van 1817-1941

Het ambacht Schiebroek werd in 1817 een zelfstandige gemeente. Een gebouw aan de Kleiweg op de hoek van de Hoofdlaan wordt in 1875 raadhuis. Dat gebouw was overigens ook het woonhuis van het hoofd van de openbare lagere school. Het bleef lang landelijk gebied. De bewoning concentreerde zich vooral in een buurtschap aan de Kleiweg/ Hoofdweg en langs de Hoge Limiet. In 1865 telde de gemeente 335 inwoners, deze zijn voornamelijk werkzaam in de landbouw en de veeteelt.

Begin 20ste eeuw werd de in 1908 geopende Hofpleinspoorlijn van Rotterdam naar Den Haag (Scheveningen) aangelegd, dwars door de toen nog lege polder. Schiebroek kreeg twee haltes, station Schienroek aan de Kleiweg en halte Adrianalaan. De laatste werd al snel verplaatst naar het bij Rotterdammers populaire openluchtbad Wilgenplas.

In het jaar 1920 woonden in Schiebroek niet veel mensen: 772. De ontwikkeling van Schiebroek begint na 1920. In 1924 bouwt de woningbouwvereniging Onderling Belang de eerste sociale woningen in Schiebroek aan de De Villeneuvestraat en de Adrianalaan: vier blokken van vier woningen. De N.V. Hibex bouwt dan in de buurt van de Adrianalaan ca. 100 midenstandswoningen. De bevolkingsaantallen nemen snel toe: 1600 in 1926. Eind jaren '20 ontwikkelt de bouwmaatschappij N.V. Molenvliet (dir. C.C. van Rossum) het gebied rond de Molensingel. Ondanks de crisis wordt doorgebouwd. Halverwege de jaren '30 krijgt de Tuinstad Schiebroek vorm met bebouwing van vrijstaande huur- en koopwoningen tussen de Meidoornsingel en de Lindesingel. De N.V. Maatschappij van Onroerend goed Vooruitstrevend (dir. J. Hendriks) bouwt enkele honderden woningen tussen de Adrianalaan en de Abeelweg. In de periode 1927-1932 zijn ook de huizen gebouwd ten noorden vcan de Kleiweg, wat nu de Edelstenenbuurt is.

De huren waren laag, voor 35 gulden per maand had je een huis met voor- en achtertuin, met een bad en met centrale verwarming. Dat kwam ook omdat in die tijd veel nieuwbouw plaatsvond, ook in het nabijgelegen Blijdorp en Bergpolder bijvoorbeeld. De N.V. Vooruitstrevend bouwde ook, op de hoek van de Adrianalaan en de Meidoornsingel, het verenigingsgebouw Arcadia (vanaf 1958 De Brandaris geheten). Het gebouw werd in 1932 ingebruik genomen. In dat jaar had Schiebroek 4100 inwoners.

Het gemeentehuis aan de Kleiweg was te klein geworden. De N.V. Molenvliet biedt de gemeente een compleet nieuw raadhuis aan aan de Ringdijk. gemeentearchitect H. Russcher ontwerpt het raadhuis. Het wordt op 22 april 1930 geopend.

Vanaf 14 mei 1940, na het bombardement op Rotterdam, nam het aantal inwoners van Schiebroek fors toe. Krantenberichten uit die tijd spreken van "een stroom van vluchtelingen uit Rotterdam" die zich die namiddag naar Schiebroek begaven. Ongeveer 7.000 vluchtelingen streken tijdelijk in Schiebroek neer. Gelukkig was Schiebroek voorbereid op de tijdelijke huisvesting van veel (maar niet zo veel) mensen omdat mogelijk veel mensen opgevangen zouden moeten worden uit gebied dat onder water was gezet. Die mensen kwamen niet, zodat nu de Rotterdamse vluchtelingen konden worden gehuisvest. Er kwamen ook twee volledig geoutilleerde noodziekenhuizen: één in het Kleiwegkwartier en één op de Eikenlaan. Het vluchtelingencomité vestigde zich in Arcadia, van waar uit ook de voedselvoorziening werd geregeld. Snel kwam ook een hulppost in gebouw "de Harmonie" aan de Kleiweg. Na enige tijd gingen velen weer terug naar Rotterdam, naar hun gespaard gebleven woningen of naar familie. Op enig moment waren er, aldus krantenberichten, nog 1.000 vluchtelingen in Schiebroek. Zij waren allen ten gemeentehuize geregistreerd, er werd nagedacht een aantal van hen -uit oogpunt van hygiëne- nog elders onder te brengen.
 

Schiebroek, onderdeel van Rotterdam vanaf 1941

Op 1 augustus 1941 wordt Schiebroek, een gemeente met inmiddels meer dan 8.000 inwoners, bij Rotterdam gevoegd. Een aantal straten krijgt een andere naam, zo wordt bijvoorbeeld de Raadhuislaan Spinbollaan, de Eikenlaan wordt Larikslaan, de Elsenlaan wordt Cipreslaan, de Beukenlaan wordt Lijsterbeslaan, de Iepenlaan wordt Ribeslaan. In 1941 ontstaat ook de Edelstenenbuurt: wat nu de bijvoorbeeld Robijnstraat, Saffierstraat, Koraalstraat, Smaragdstraat of Topaasstraat is, heette voor 1941 resp. de Staringstraat, de Da Costastraat, de Bilderdijkstraat, de Van Lennepstraat en de Potgieterstraat. De Diamantweg was voorheen de Stationsweg. De Hoofdstraat, die zo genoemd omdat het de belangrijkste straat van het oude Schiebroek was (en niet is genoemd naar de schrijver Hooft), heeft zijn naam altijd behouden.

Overigens kregen ook na de oorlog straten andere namen. Bij besluit van 14 juni 1945 werd het Dhontplein in Schiebroek omgedoopt tot Lariksplein. De oud-burgemeester van Schiebroek was door de Duitsers in de oorlog benoemd tot burgemeester van Sliedrecht, na de oorlog was geen plaats meer voor hem. 

In Rotterdam is, zeker na het bombardement, de woningnood hoog. In hoog tempo worden na de samenvoeging met Rotterdam in Schiebroek ook flats gebouwd: aan het Ganzerikplein.

Na de oorlog werd in een heldere bouwkundige structuur een moderne tuinwijk met veel sociale woningbouwflats in het groen gerealiseerd. De polderindeling is daarbij zichtbaar gebleven. De vaarten veranderden in singels en de sloten in straten. Scholen en kerken vervingen de boerderijen. De drie molens waren al veel eerder vervangen door een motorgemaal. Berucht was in de jaren vijftig en zestig de Gekro, het destructiebedrijf aan de Bovendijk dat bij westelijke wind door stank het woongenot danig verminderde. Ook de aanleg van het vliegveld Zestienhoven in 1957 werkte niet erg mee om de tuinstadgedachte verder inhoud te geven. Minder overlast veroorzaakten vanaf de jaren vijftig de aardolie oppompende ja-knikkers ten westen van de wijk langs de spoorbaan richting Den Haag. In 2013 zijn ze buiten gebruik gesteld; het waren de laatste die in Nederland nog in gebruik waren.

In 1968 werd het openbaar vervoer van en naar Schiebroek sterk verbeterd met de aanleg van tramlijn 5 (thans 25). De tram had een grotendeels vrije baan voor een snelle verbinding met het centrum van Rotterdam. De Hofpleinlijn is vanaf 2006 omgebouwd tot metro met twee nieuwe stations in Schiebroek.

Rond 2005 werd begonnen met de afbraak van een groot aantal portiekwoningen. Ze worden vervangen door nieuwbouw. Dit om de diversiteit van het woningaanbod in de wijk te vergroten.

 

Handel en industrie in Schiebroek

Zoals in elke bewoonde omgeving verdient een aantal mensen ook in Schiebroekin de eigen plaats een boterham. Bijvoorbeeld als kleine zelfstandige, timmerman, fietsenmaker, of hulp in de huishouding, als winkelier of als kunstenaar. En ook verrichten velen onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld in de mantelzorg.

Schiebroek kent ook een aanzienlijk bedrijventerrein, 'onder de rook' van het vliegveld. Mensen maken daar in bedrijven van heel verschillende aard hun producten. Schiebroek kende ook een eigen olieproductieveld. Gedurende ongeveer dertig jaar,  vanafca. 1985, werd olie gewonnen aan de G.K. van Hogendorpweg. Zo'n 26 miljoen vaten, ruim 4 miljoen kubieke meter olie, zijn opgepompt uit de Schiebroekse grond. Dit gebeurde met 22 ja-knikkers. De oliewinning in dit deel van het olieveld liep op zijn eind, de winning is ca. 2015 gestaakt. In 2019 zullen de installaties zijn ontmanteld.

Word donateur van de Stichting Histories Hillegersberg: NL68 RABO 0171 9047 53