Het ontstaan van Hillegersberg in de Middeleeuwen

 

Hillegersberg is ontstaan op een heuvel, ook donk of morre genoemd. Het is een zandrug in het veengebied, ontstaan uit verstoven zand van drooggevallen rivierbeddingen. De rivierduinen zijn gevormd in de late ijstijd. Bij opgravingen in de kerkheuvel zijn vuursteenvondsten gedaan die duiden op een prehistorische bewoning. Er zijn ook Romeins aardewerk en penningen gevonden, evenals, wordt gezegd, een borstbeeld van keizer Hadrianus. Maar van dat beeld is geen spoor...

Van de middeleeuwse geschiedenis van Hillegersberg is weinig met zekerheid bekend. Op de heuvel langs de rivier de Rotte is een kasteel gebouwd, het Huis ten Berge, en iets later ook een kerk. De eerste bouw van de middeleeuwse burcht - voorzien van slotgracht en omwalling - en van de kerk wordt gesitueerd tussen 950 en 1150. De kerk is van vòòr 1028: Op 3 februari 1028 bevestigt keizer Koenraad II aan het klooster de Hohorst (later de Sint Paulusabdij te Utrecht) dat o.a. de kerk te Hillegersberg door bisschop Adelbold aan hen is geschonken.
Kort na 1150 zijn waarschijnlijk zowel de kerk als de burcht herbouwd in een groot formaat stenen, de zogenaamde (klooster)moppen. Het kasteel bestond uit een woontoren van 10x10 meter, waar een 6 meter hoge motte van zand tegen is opgeworpen op het rivierduin. De muren zijn aangelegd op het natuurlijk maaiveld. De hierdoor ontstane kelderverdieping is vijf meter hoog en wordt overkluisd door een dubbel tongewelf.

In de middeleeuwen ontstond een woongemeenschap rond het kasteel en de kerk op de heuvel. De heuvel bood bescherming tegen het op gezette tijden oprukkende water. De woongemeenschap bestond voor het merendeel uit houten huizen met rieten daken.

Pas in de tweede helft van de 14e eeuw is de toren op de kerk gebouwd. In de Divisiekroniek van 1517 wordt vermeld dat het "Huis ten Berghe" in 1426 door de legers van Jacoba van Beieren werd verwoest in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De Hoekse krijgsoverste van Jacoba van Beieren, Willem Nagel genaamd, baljuw van Kennemerland, verwoestte de kastelen Kralingen, Spangen, Starrenburg, Kapelle, Spieringshoek, Weena en Hillegersberg. De kerk viel aan brand ten offer, werd volledig verwoest, maar werd op vrijwel dezelfde plaats later herbouwd. De restanten van de donjon liggen naast de Hillegondakerk in een hoek van het kerkhof, die in zijn tegenwoordige vorm uit circa 1500 dateert.

 

 

 Kerk en ruïne van het slot Hillegersberg (1671).

 

Hillegersberg is mogelijk vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen, echtgenote van graaf Dirk II van Holland en West-Friesland (Dirk II, of Diederik II, ca. 932 – Egmond, 6 mei 988). Deze graaf was in de tiende eeuw eigenaar van Bergan, dat in Oudhollands versterkte plaats of gehucht betekent. In 1028 bevestigde keizer Konraad in een oorkonde de gift door de bisschoppen Ansfridus en Adelbold  (van de Amersfoortse abdij van Hohorst) van het dorp Bergan aan de abdij van St. Paulus te Utrecht. Dit is de oudste, erkende, schriftelijke vermelding van Hillegersberg.

De eerste burchtheer die we kennen is Vranke Stoop, die het kasteel te Hillegersberg in leen had van Floris V. In een verklaring van 2 november 1269 van graaf Floris staat dat het kasteel aan Vranke Stoops dochter Aleida Stoop zou vervallen, indien de vader geen mannelijke erfgenaam achterliet bij zijn overlijden. Dit zou het geval blijken te zijn.

Voor zover valt na te gaan, blijkt Hillegersberg van de tweede helft der 13e eeuw tot de eerste helft van de 15e eeuw in handen te zijn geweest van twee adellijke families, respectievelijk het geslacht Stoop en het geslacht Van den Berge.

In 1575 verkreeg Rotterdam het baljuw- en dijkgraafschap van Schieland. Dit was een begeerd voorrecht omdat het de ambachtsheerlijkheid van Hillegersberg en Moordrecht impliceerde. Hierdoor werd de invloedsfeer van Rotterdam met een groot deel van Schieland uitgebreid.

   

De legenda van de reuzin Hillegonda 

   

 

Een nieuwe visualisatie van de reuzin Hillegonda (© Jan J.P.Carlier 2015)

 

Volgens de legende van Hillegersberg is de zandberg ontstaan doordat de reuzin Hillegonda zand uit haar schort zou hebben verloren. Op de zandheuvel bouwde zij haar huis en zo ontstond Hillegersberg, de berg van Hillegonda. De reuzin Hillegonda met gescheurd schort siert het Wapen van Hillegersberg. Deze legende is ook verwoord in het Hillegondalied, sinds ca 1900 het 'volkslied' van Hillegersberg. Het werd bijvoorbeeld gezongen bij de jaarlijkse aubade voor de (toenmalige) burgemeester op Koninginnedag. Alle schoolkinderen leerden het uit het hoofd. Luister naar het Hillegondalied: https://www.youtube.com?watch?v=aBsY5F7Tx3I

 

Souvenir aan Hillegondsberg: 

Toen Hillegond, een reuzenmaagd, van Hollands duinenrand,

onschuldig werd van huis gejaagd, nam zij een schootvol zand.

zij zocht een plaats voor 't souvenir van haren dierbren grond,

en 't lieve meisje stichtte hier (bis)

den berg van Hillegond (bis)

 

Maar treurend op den heuveltop, blonk in haar oog een traan.

Toen hief zich Rottes stroomgod op met al haar leed begaan.

"Wees welkom sprak hij -schoone maagd Waartoe zo droef geschreid?

Uw naam dien deze heuvel draagt. (bis)

zal klinken wijd en zijd. (bis)

 

Dit oord, door mijne hand besproeid, wordt u een lieflijk dal,

waar jong en oud, als gij vermoeid. zijn leed vergeten zal.

de grijsaard dart'lend met de jeugd in 't weeldrig plantsoen.

zal 't minnend paartje vol geneugt '(bis)

zien lachen in het groen. (bis)

 

Uw heuvel, door uw traan gewijd tot een geheiligd oord.

wordt eens de plek, waar haat nog nijd den kalmen vrede stoort;

en 't zij natuur des zomers lacht, of van haar arbeid rust,

den berg wordt bij het nageslachth (bis)

der stedelingen lust. (bis)

 

Wat Rotte's stroomgod heeft voorspeld is 't alles zo geschied?

Wie kent in Schielands grazig veld het vriend'lijk Bergje niet?

O, stille dreven, schoone laan langs veld en spieg'lend meer,

de wand'laar tot u opgegaan (bis)

zingt Hillegond ter eer. (bis) 

 

 

 

 

 

 Willem van Hildegaersberch (1350-1408)

 Naar verluidt is Willem van Hildegaersberch in Hillegersberg geboren. Willem van Hildegaersberch (1350 - ca. 1408) was een beroemde middeleeuwse dichter en voordrachtskunstenaar; hij geldt als de eerste middeleeuwse 'sprookspreker' van Nederland. ‘Sprokes’ zijn korte Middelnederlandse verhalen in verzen met een morele of opvoedkundige boodschap of strekking.  Zijn 120 gedichten zijn in twee handschriften bewaard gebleven. De gedichten van Van Hildegaersberch zijn zeer verschillend van lengte, variërend van 6 tot 626 verzen, gemiddeld 180 verzen. Uit rekeningen van betaalde opdrachten van het graafschap Holland is te destilleren dat Van Hildegaersberch tussen 1383 en 1403 regelmatig aan het hof te Den Haag optrad als hofspreker. Graaf Willem VI krijgt in 1409 een boek aangeboden met "vele scone sproke die Willem van Hillegaersberge gemaakt hadde".

 

 

 De vervening: uitbouw van Hillegersberg (vanaf de 18e eeuw)

Tot de 18e eeuw vond in het gebied rond Hillegersberg op uitgebreide schaal veenwinning plaats. Door onderspoeling veranderden de veenafgraverijen in een groot plassengebied. Tot 1811 omvatte het ambacht Hillegersberg en Rotteban ook Bergschenhoek. Rotteban was het gedeelte van het ambacht dat zich ten westen van de Rotte uitstrekte.

Hillegersberg bestond uit een dorpskern en was overigens een agrarische gemeenschap: landbouw en vooral veeteelt. Zo rond 1800 was de Strekvaart een druk bevaren water, waar scheepjes vanaf de Grindweg naar het Boterdorpse Verlaat voeren. Aan de Grindweg lagen veel boerenbedrijven die zorgden voor de vracht: boter, kaas en melk. Bij het Verlaat werd de vracht overgeladen in grotere schepen die vervolgens naar de Botersloot in Rotterdam voeren. Daar werden de waren verhandeld. 

In 1840 had de gemeente Hillegersberg 233 huizen met 1.988 inwoners, verdeeld in dorp Hillegersberg 119/1.480 (= huizen/inwoners) en de buurtschappen De Heul 23/120, Zwaanshals 37/175, Zwaaneiland 14/39, Bergsche Verlaat 9/38 en Terbregge 31/136. Vanaf 1850 werden verschillende plassen drooggelegd. In 1853 is de ambachtsheerlijkheid Hillegerberg, Rotteban en Bergschenhoek verkocht. Enkele rijke Rotterdammers kochten gronden aan het water op en stichtten grote buitenplaatsen in het gebied.

 

 

Willem van den Hoonaard (1788-1862)

 Willem van den Hoonaard werd op 30 juni 1788 te Abbenbroek. In 1813 werd hij benoemd tot schoolmeester te Hillegersberg. Hij is hier zijn verdere leven gebleven. Hij betrok daar de woning naast het schoolgebouw aan de Kerkstraat nr. 33. Bij zijn aanstelling als onderwijzer verkreeg hij ook de post van koster en voorzanger. Van den Hoonaard schreef ook over de geschiedenis van Hillegersberg en omgeving. Van den Hoonaard was een zeer sociaal voelend mens, bekommerd om kinderen in armoedige omstandigheden en zich bemoeiend met het lot van zijn collega’s en vrienden. Willem van den Hoonaard stierf in 1862 te Hillegersberg.


Plaquette geplaatst op de voormalige woning van Willem van den HoonaardPlaquette, aangebracht op de voormalige woning van Willem van den Hoonaard in de kerkstraat 33 in Hillegersberg. 



In 1817 was Van den Hoonaard betrokken bij de oprichting van het onderwijzersgezelschap in zijn district. Hierin werden onder voorzitterschap van de schoolopziener de belangen van het onderwijs besproken, de plaatselijke omstandigheden in overweging genomen en stond men elkaar met raad en daad bij. Van den Hoonaard vertelde dat hij een zeer bevredigende loopbaan in het onderwijs had, maar er waren ook moeilijkheden en teleurstellingen. Veel leerlingen ontbrak het aan aanleg of goede wil. Velen gingen zeer ongeregeld naar school en verlieten deze voor ze voldoende waren opgeleid voor het maatschappelijke leven. De ouders toonden nauwelijks belangstelling en werkten weinig mee. Ook de eigen huiselijke omstandigheden van de laatste jaren hadden een schadelijke uitwerking op zijn lesgeven.

 Van den Hoonaard was ook zeer geïnteresseerd in de lokale geschiedenis. Hij schreef hier ook over en verloochende zijn achtergrond als schoolmeester niet. Het uitgangspunt dat Van den Hoonaard koos om met aardrijkskunde en geschiedenis de leefwereld van de kinderen dichtbij te brengen, is nog altijd onomstreden. In 1924 schreef hij een boek met de titel: “Geschiedkundige en topografische beschrijving van de dorpen: Hillegersberg en Bergschenhoeck” (1824) en in 1825 “Korte aardrijkskundige beschrijving van de stad Rotterdam”. Overigens zijn deze boeken, zeker in het licht van de huidige tijd nogal uitvoerig en saai.

Op 21 augustus 1829 richtte Van den Hoonaard zich tot het gemeentebestuur van Hillegersberg met een voorstel tot het inrichten van een schoolfonds. Dat fonds zou gevuld moeten worden met bijdragen van financieel draagkrachtige ouders. Aan hen zou zes gulden per leerling worden gevraagd. De gemeente zou dit bedrag moeten bijpassen ten bate van minvermogenden. Uit het gehele bedrag zou het onderwijs bekostigd worden. Op deze wijze konden alle kinderen uit de gemeente onderwijs ontvangen. De reactie van het gemeentebestuur is niet bekend, maar in 1831 kwam Van den Hoonaard op de kwestie terug in een uitvoerige brochure, getiteld “De zoo veel mogelijk algemeenmaking van het lager onderwijs”. Hierin betrok hij ook de verbetering van de sociale omstandigheden van het onderwijzend personeel. Van den Hoonaard maakte zich hierbij sterk voor een betere afbakening tussen het lager en middelbaar onderwijs en voor de opleiding, salariëring en pensionering van onderwijzers. 

Willem van den Hoonaard stierf op 1 juni 1862 op 74-jarige leeftijd te Hillegersberg.

Word donateur van de Stichting Histories Hillegersberg: NL68 RABO 0171 9047 53